Fytotherapie of kruidengeneeskunde is het behandelen van klachten met plantaardige geneesmiddelen. Het is een van de oudste geneeswijzen die we kennen. Fytotherapeutische middelen worden bereid uit medicinale ofwel geneeskrachtige kruiden. Bij de bereiding van deze middelen wordt gebruik gemaakt van de hele plant of delen daarvan.

Tot aan het begin van de negentiende eeuw waren vrijwel alle geneesmiddelen van plantaardige oorsprong. Door vooruitgang in de chemie konden de werkzame stoffen van de geneeskrachtige planten worden herkend en geïsoleerd en verdween fytotherapie steeds meer naar de achtergrond. Veel plantbestanddelen worden nu synthetisch bereid. Door vooruitgang in de scheikunde kunnen we nu medicijnen nauwkeurig doseren, de samenstelling van het medicijn is constant en apothekers zijn niet meer afhankelijk van oogsten of seizoensinvloeden. Met name de laatste jaren groeit de belangstelling voor geneeskrachtige planten en hun toepassing weer en wordt er veel onderzoek naar gedaan.

Fytotherapie gaan uit van de geneeskrachtige werking van de hele plant. Jarenlang waren wetenschappers ervan overtuigd dat slechts enkele bestanddelen van de plant een geneeskrachtige werking had. Zo haalden scheikundigen uit opium morfine en gebruikten dat als pijnstiller. Uit vingerhoedskruid haalden ze digitoxine, een stof die als ‘hartversterker’ werd toegepast. Uit wolfkers werd atropine gehaald, onder meer om de pupil te vergroten bij oogonderzoek. En uit muntkruid haalde men menthol, dat van oudsher toegepast wordt in jeukbestrijdende huidpoeders vanwege het verkoelende effect. Sommige van deze ‘zuivere’ ingrediënten werken goed, maar in veel gevallen moeten deskundigen steeds vaker erkennen dat een geneesmiddel gemaakt van de hele plant beter werkt.

In mijn praktijk gebruik ik fytotherapie ondersteunend aan de orthomoleculaire therapie. Fytotherapeutische middelen worden in het algemeen slechts tijdelijk ingezet. Door hun krachtige werking kan een snellere verbetering van de klachten optreden.